Tulle
De geschiedenis van Tulle gaat terug naar ongeveer het jaar 750 v. Chr. Gelegen in een dal tussen twee grote heuvels, is deze stad mede door haar gunstige ligging tot ontwikkeling gekomen.
In de tijd dat Parijs nog niet bestond was Tulle een belangrijke stopplaats op de route van west naar het zuid oosten. In die tijd was er geen belangrijker weg dan de Transatlantische Route. Die liep ongeveer van Bretagne en Normandië via Tulle naar uiteindelijk Rome. De route werd vooral veel gebruikt door Engelsen die naar het zuiden wilden gaan, naar Italië of nog verder naar Azië.
Stacks Image 206
De stad Tulle ligt ook strategisch op de bedevaart route richting Santiago de Compostella in Spanje. Vandaar dat veel monniken zich blijvend vestigden in Tulle. In de hoogtijdagen waren er wel 700 monniken woonachtig in Tulle in tien verschillende kloosters. Daarvan zijn er nog slechts enkele bewaard gebleven. In totaal zijn er in Tulle ongeveer tien pauselijke conventies georganiseerd.
Dit geeft mede aan hoe belangrijk Tulle in het verleden geweest is. De pauzen die rond de dertiende eeuw veelal in Avignon verbleven, weken vaak uit naar Tulle voor hun conventies. Eén van de pauzen (Jean XXII) besloot ook om Tulle een Bisschop aan te wijzen en zo werd Tulle op religieus gebied nog belangrijker.

In het jaar 1103 wilde abt Guillaume de kathedraal die toen heel erg welvarend was, een extra kader geven. Een soort teken van extra rijkdom. Daarom werd er toen besloten om de kerk en de kloostergebouwen te herbouwen en groter te maken. In de 12e eeuw werden het schip, portaal en de eerste verdieping van de klokkentoren opgetrokken. Later werd dit weer teniet gedaan. Men wist ten tijde van de bouw al dat Men een probleem zou gaan krijgen met de nabij gelegen rivier, de Corrèze maar nog erger er was dat ook de deels ondergrondse rivier La Solane zeer nabij het punt van de kathedraal ondergronds bijeen kwamen. Abt Guillaume had echter het voornemen door de bouw van de nog grotere en mooiere kerk, sterker te kunnen zijn dan de krachten van God. De hoogmoed kwam echter voor de val. Letterlijk en figuurlijk.
 
In het jaar 1796 kwam het water zo hoog te staan dat een gedeelte van de kerk instortte, men besloot het vergrootte deel van de kathedraal weer af te breken. De strijd tegen het water was niet te winnen. De kathedraal werd met een simpele muur aan de zijkant dicht gemaakt. En nog steeds heeft men dit waterprobleem niet kunnen oplossen. In het voorjaar wanneer er veel smeltwater door de rivieren stroomt, staat het kerkplein nog regelmatig onder water. De klokkentoren meet is tegenwoordig 73 meter hoog.
 
Tijdens de honderdjarige oorlog viel de stad tweemaal in handen van de Engelsen. In 1346 werden de Engelsen verdreven door een uitbraak van de zwarte pest. En in 1369 werden de Engelsen verjaagd door de plaatselijke militairen. Verder is de stad later ook nog bezet geweest in 1577 door de hugenoten maar die werden in 1885verdreven door het protestante leger van de burggraaf van Turenne.
 
Tijdens de eerste en tweede wereld oorlog was Tulle een belangrijke stad voor fabricage van wapens. Zelfs de kathedraal werd omgebouwd om bij te dragen aan de wapen productie. Dit is nog steeds te zien. In de pilaren zijn grote gaten gemaakt waarin grote balken werden bevestigd voor stellages, zodat men sneller de wapens kon produceren. Op zich is dit een bijzonder feit, wapens die in een kathedraal worden geproduceerd. Tegenwoordig kent Tulle een rijk gesorteerd wapen museum.